Laaggeletterdheid

De belangrijkste en meest betrouwbare studie over laaggeletterdheid is de IALS (International Adult Literacy Survey). Deze studie laat zien dat laaggeletterdheid (lezen op het niveau van groep 4 van de basisschool) een wijd verbreid probleem is in de westerse landen.
Zo zijn er in Nederland naar schatting ongeveer 1,5 miljoen laaggeletterden boven de 15 jaar. Er zijn ongeveer 500.000 werkende laaggeletterden. Ongeveer 60% van de laaggeletterden zien zelf die laaggeletterdheid niet als een probleem. De directe kosten van laaggeletterdheid zijn ongeveer € 550 miljoen per jaar. De indirecte kosten, de gemiste kansen bedragen een veelvoud van dit bedrag. Denk daarbij aan hogere arbeidsmarktparticipatie en minder fouten in productie en fabricageprocessen.
Door deze studie en door met name het pionierswerk van de Stichting Lezen & Schrijven, is het probleem goed in kaart gebracht en op veel plaatsen bespreekbaar gemaakt.
Er is door de overheid een aanpak gedefinieerd op twee fronten. Enerzijds om de instroom van nieuwe laaggeletterden te verminderen. De doelstelling hiervan is dat per 2011 elke leerling die de basisschool verlaat voldoende kan lezen, schrijven en rekenen om met succes een vervolgopleiding te kunnen volgen. Anderzijds is door de sociale partners en de overheid een convenant gesloten om het aantal laaggeletterde werknemers met 60% te verminderen.
